Een andere afslag nemen

 

“Het gaat om die persoon, maar het gaat ook om dat je je werk fijn blijft doen. Als ik meer van dit soort gesprekken doe, is het werk leuker.” Samen met haar collega’s van de praktijk Spaarndammerbuurt volgde huisarts Marieke Kerstens de training Gezondheid en Gedrag. In een interview vertelt ze over haar ervaringen.

Een schaal met verse appels en mandarijnen staat te glimmen op het bureau van Marieke Kerstens, huisarts in praktijk Spaarndammerbuurt. Samen met de andere zorgverleners van het gezondheidscentrum heeft ze onlangs de training Gezondheid en Gedrag afgerond. Ik ben benieuwd wat hen dat heeft opgeleverd. Een interview.

“We wilden binnen het centrum meer verbinding en dit leek ons heel nuttig voor iedereen. Iedereen uit het centrum is uitgenodigd: assistenten, huisartsen, fysiotherapeuten, verpleegkundigen van Cordaan, Mensendieck-therapeut, diëtist en huisarts in opleiding. En we hebben de welzijnscoach uitgenodigd, omdat het heel erg gaat over welzijn. Het eerste doel was om elkaar beter te leren kennen en het tweede was om ons te richten op wat mensen, onze patiënten, wél kunnen en leuk vinden. We kijken de hele dag alleen maar naar ziekte. Ik denk dat je veel meer kan bereiken door het breder te maken.”

Wat heeft de in company training je opgeleverd? “Ik vond het heel erg leuk en waardevol. Ik dacht dat ik al heel wat deed, maar vooral die fase 1 van het GG-gesprek was heel leerzaam. Helemaal niks doen en je mond houden en laten gaan. Meestal sturen we toch en gaan we inhoudelijk vragen. Zelfs als mensen iets vertellen vragen we erop door. Het was een eyeopener om ook dan niet door te vragen, want met doorvragen stuur je het gesprek. Met sommige patiënten zit je al heel lang in hetzelfde spoor. Dan denk je, daar komt ie weer, daar gaan we weer. Dit biedt je de mogelijkheid om een andere afslag te nemen. Het is ook een manier om veel beter naar patiënten te luisteren. Normaal ben ik toch met een ander radertje in mijn hoofd alweer bezig: o dit zegt ie, misschien moet ik daar nog wat mee. Nu moet ik helemaal niks. Voor mij is dat fijn, het geeft me rust in mijn hoofd.”

Heb je een voorbeeld? “Ik heb iemand die al heel lang met chronische pijnklachten bij mij komt. Ik vroeg haar naar wat ze leuk vond om te doen vóórdat de pijn chronisch werd. Ze vertelde dat ze graag bakte. De keer erna kwam ze met zelfgebakken koekjes. Ze was geschrokken dat ze dat nooit meer deed, dat ze het plezier kwijt was. Ze is nu met de Mensendieck-therapeut begonnen om te kijken of ze op een andere manier met die klachten om kan gaan in plaats van maar doorverwijzingen te blijven vragen. Ik zag haar laatst weer en het gaat best goed. Ik ben best wel blij, zei ze. Door dat bakken kwamen we verder, kregen we een heel ander gesprek. We kwamen uit de groef waarin we almaar zaten en waar voor haar de oplossing niet zat.”

“Het gaat om die persoon, maar het gaat ook om dat je je werk fijn blijft doen. Als ik meer van dit soort gesprekken doe, is het werk leuker. En dat maakt mij indirect een betere dokter. Ik geloof er ook wel in dat je met je praktijk, door bijvoorbeeld fruit neer te zetten of door mensen te verrassen met een vraag, meer bereikt. Je hebt veel leukere gesprekken en je krijgt veel meer informatie. Van die mensen die ik heel lang ken, die ik dan nu op een heel andere manier leer kennen. Voor mijn gevoel toonde ik altijd wel interesse, maar ik zat in mijn eigen vragen. Dat is denk ik een heel groot verschil.”

Hoe gaan jullie ermee verder? “We hebben een app-groepje, wel met de enthousiaste club hoor, om het levend te houden. Door af te spreken blijven we ermee bezig. Ik zou bijvoorbeeld fruit in mijn spreekkamer neerzetten en een ander zou naambordjes voor de assistenten maken. Zo’n fruitschaal is ook voor mezelf een reminder. Je kunt het heel groot bedenken, maar juist die concrete plannetjes uitvoeren helpt. Dan groeit het denk ik.”

Bron: ROHA Amsterdam