ZZ/GG-model leidt tot mooie resultaten

Thea Barendse is een van de deelnemers van de eerste leergang 'van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag, van ZZ naar GG' voor paramedici van Elaa. Ze is fysiotherapeute, manueel therapeute en bewegingswetenschapper en werkzaam in Gezondheidscentrum De Vaart in Amsterdam Osdorp. Hoewel ze reeds bekend was met het gedachtengoed van ZZ naar GG heeft de cursus haar veel opgeleverd. 

“In het verleden hebben wij in Amsterdam een programma ontwikkeld voor vrouwelijke migranten met chronische pijnklachten. Daarover heb ik diverse malen een presentatie gegeven. Op dergelijke bijeenkomsten waren Louis Overgoor en Marijn Aalders van Big Move (en Bettery Institute) ook regelmatig spreker. Van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag, van ZZ naar GG is de basis voor Big Move. Ik vond het weliswaar een interessant gegeven, maar indertijd nog wat vaag. Ik kon er in mijn beroepsuitoefening niet veel mee.” Thea vervolgt: “Nu is er volop aandacht voor positieve gezondheid. Dat interesseert me. Het concept positieve gezondheid sluit naadloos aan bij het ZZ/GG-concept. Alleen het was niet duidelijk hoe ik het spinnenweb van Machteld Huber goed zou kunnen toepassen in de dagelijkse praktijk. Mijn betrokkenheid bij het REACH-project was voor mij de directe aanleiding om me op te geven voor de ZZ/GG-leergang van Elaa.”

Een interessante cursus? 

“Zeker”, beaamt Thea enthousiast. “Enerzijds door de kennisoverdracht van Bettery Institute. Anderzijds door het feit dat er veel ruimte is voor informatie-uitwisseling met de andere deelnemers, fysiotherapeuten en een ergotherapeut. Je verneemt de ervaringen van collega’s en hoe zij het geleerde in de praktijk brengen. Dat scherpt je denken en brengt je op goede ideeën. De cursus vond plaats bij Elaa, maar een van de trainingsdagen was in de praktijk van een fysiotherapeut samen met een patiënt van haar. Die praktijksetting vond ik heel waardevol.”

Pas je het ZZ/GG-model nu altijd toe? 

Ze lacht. “Niet bij alle patiënten. Dat kan ook niet, er zijn patiënten die met een concrete zorgvraag komen. Maar soms verloopt het gesprek op zo’n manier dat ik heel goed de ZZ/GG-aanpak kan gebruiken en dan doe ik dat ook. Dat is met name bij ouderen. Er wordt veel van deze groep verwacht aan zelfmanagement, maar niet iedereen kan dat. Dan is het heel goed om te bespreken wat hen drijft, wat ze willen. Ook bij chronische patiënten met bijvoorbeeld COPD of hartfalen zet ik het eerder bewust in. Aan het einde van een jaar ga ik het gesprek met deze patiënten aan: wat wil je in het volgend jaar? Ik heb hen al verteld dat ik dat dit jaar wil doen volgens het ZZ/GG-model en heb kort uitgelegd wat het inhoudt. De meesten vinden die insteek prima, anderen hebben al aangegeven daar niets voor te voelen. Dat is uiteraard hun goed recht. Ik ben dus heel benieuwd hoe die gesprekken zullen verlopen, ik ga het zien.”

Wat is er voor jou veranderd? 

“Wat ik op de cursus heb geleerd, ervaar ik als een extra vaardigheid, een extra tool die ik dus soms wel en soms niet gebruik. Eerlijk gezegd haalt dit me wel uit mijn comfortzone, je bent al zo lang gewend op je eigen manier te werken. Maar hoe vaker ik het toepas, hoe meer het eigen wordt. Het leidt soms tot mooie resultaten. Zoals bij de oudere dame met rugklachten. Uit het eerste gesprek kwam naar voren dat het voor haar heel belangrijk is om zelfstandig iets te ondernemen. Door een val durfde ze niet meer met de tram te reizen. We zijn  de therapie gestart met samen met de tram te gaan. Zonder de ZZ/GG-insteek was dit er niet zo snel uitgekomen.”

Bron: ELAA